De printer met de directe verbinding gebruiken
U kunt apparaten (zoals een smartphone of tablet) op de volgende twee manieren met de printer verbinden.
- Draadloze verbinding (apparaten verbinden via een draadloze router)
- Directe draadloze verbinding (apparaten verbinden met een directe verbinding)
In dit gedeelte wordt de directe verbinding beschreven, waarbij u kunt afdrukken door de apparaten rechtstreeks met de printer te verbinden.
Volg de onderstaande procedure om een directe verbinding te gebruiken.
In dit gedeelte wordt ook beschreven hoe u overschakelt van een directe verbinding naar draadloos LAN.
Belangrijk
- U kunt maximaal 5 apparaten tegelijk met de printer verbinden.
-
Controleer de gebruiksbeperkingen en stel de printer in op de directe verbinding.
De directe verbinding voorbereiden
Wijzig de onderstaande instellingen ter voorbereiding op een directe verbinding.
-
LAN-instellingen van de printer
-
Instellingen van een apparaat dat verbinding wil maken
De printerinstellingen wijzigen
-
Druk op de knop Instellingen (Setup).
Het scherm Instellingenmenu (Setup menu) wordt weergegeven.
-
Selecteer Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op de knop OK.
Het scherm Apparaatinstellingen (Device settings) wordt weergegeven.
-
Selecteer LAN-instellingen (LAN settings) en druk op de knop OK.
-
Selecteer LAN wijzigen (Change LAN) en druk op de knop OK.
-
Selecteer Directe verbinding (Direct connection) en druk op de knop OK.
-
Selecteer Ja (Yes) en druk op de knop OK.
Opmerking-
Controleer de volgende items bij Info over draadl. router (Wireless router info). Gebruik de knop

om details weer te geven.- Identificatie (SSID)
- Beveiligingsinstelling en wachtwoord
- De printernaam die wordt weergegeven op een Wi-Fi Direct-compatibel apparaat
Er wordt om een wachtwoord gevraagd wanneer een apparaat wordt verbonden met de printer. Afhankelijk van het gebruikte apparaat is geen wachtwoord vereist.
Wanneer u een Wi-Fi Direct-compatibel apparaat verbindt met de printer, selecteert u de apparaatnaam die wordt weergegeven op het LCD-scherm van uw apparaat.
-
De identificatie (SSID) en de beveiligingsinstelling worden automatisch opgegeven. Zie hieronder als u ze wilt bijwerken.
-
-
Selecteer Gereed (Done) en druk op de knop OK.
De directe verbinding is ingeschakeld en het apparaat kan draadloos met de printer worden verbonden.
Instellingen van een apparaat wijzigen en het verbinden met de printer
-
Schakel draadloze communicatie op uw apparaat in.
Schakel Wi-Fi in via het menu Instellingen van uw apparaat.
Raadpleeg de handleiding van het apparaat voor meer informatie over het inschakelen van draadloze communicatie.
-
Selecteer 'DIRECT-XXXX-iB4100series' ('X' staat voor een alfanumeriek teken) in de lijst die op het apparaat wordt weergegeven.
Opmerking-
Als 'DIRECT-XXXX-iB4100series' niet in de lijst staat, is de directe verbinding niet ingeschakeld.
Zie De printerinstellingen wijzigen om de directe verbinding in te schakelen.
-
-
Voer het wachtwoord in.
Uw apparaat is verbonden met de printer.
Opmerking-
Controleer het wachtwoord voor de directe verbinding.
Controleer dit op een van de volgende manieren.
-
Geef ze weer op het LCD-scherm.
-
Druk de netwerkinstellingen af.
-
- Afhankelijk van het gebruikte apparaat moet u een wachtwoord invoeren om het apparaat via draadloos LAN met de printer te verbinden. Voer het wachtwoord in dat is opgegeven voor de printer.
-
Als uw Wi-Fi Direct-compatibele apparaat zo is ingesteld dat prioriteit wordt gegeven aan Wi-Fi Direct en het verbinding maakt met de printer, wordt op de printer een bevestigingsscherm getoond waarin wordt gevraagd of u wilt dat het apparaat verbinding maakt met de printer.
Zorg dat de naam op het LCD-scherm overeenkomt met die van uw draadloze communicatieapparaat, selecteer Ja (Yes) en druk op de knop OK.
-
Afdrukken met directe verbinding
Verbind een apparaat en de printer en begin met afdrukken vanaf het apparaat.
Opmerking
- Raadpleeg de instructiehandleiding van het apparaat of de toepassing voor meer informatie over afdrukken vanaf een apparaat via een draadloos LAN.
-
U kunt afdrukken vanaf een smartphone of tablet door Canon PRINT Inkjet/SELPHY te installeren. U kunt dit downloaden in de App Store en op Google Play.
De printerinstelling wijzigen in het gebruik van draadloos LAN
Volg de onderstaande procedure om de printerinstelling te wijzigen voor gebruik van draadloos LAN.
-
Druk op de knop Instellingen (Setup).
Het scherm Instellingenmenu (Setup menu) wordt weergegeven.
-
Selecteer Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op de knop OK.
-
Selecteer LAN-instellingen (LAN settings) en druk op de knop OK.
-
Selecteer LAN wijzigen (Change LAN) en druk op de knop OK.
-
Selecteer Draadloos LAN (Wireless LAN) en druk op de knop OK.
Als u de printer niet via een draadloos LAN gebruikt, selecteert u Bedraad LAN (Wired LAN) of LAN inactief (LAN inactive).
Instelling voor directe verbinding wijzigen
Wijzig de instellingen voor de directe verbinding volgens de onderstaande procedure.
-
Druk op de knop Instellingen (Setup).
Het scherm Instellingenmenu (Setup menu) wordt weergegeven.
-
Selecteer Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op de knop OK.
Het scherm Apparaatinstellingen (Device settings) wordt weergegeven.
-
Selecteer LAN-instellingen (LAN settings) en druk op de knop OK.
-
Selecteer Directe verbinding (Direct connection) en druk op de knop OK.
-
Selecteer een item en druk op de knop OK.

-
SSID/wachtw. bijw. (Update SSID/PW)
Werk de identificatie (SSID) en het wachtwoord voor directe verbinding bij.
Wanneer het bevestigingsscherm wordt weergegeven, selecteert u Ja (Yes) en drukt u op de knop OK om de identificatie (SSID) en het wachtwoord bij te werken.
Als u SSID selecteert bij Info over draadl. router (Wireless router info) en op de knop OK drukt, wordt de bijgewerkte identificatie (SSID) weergegeven.
-
Verzoek bevestigen (Confirm request)
Wijzig de instelling voor het bevestigingsscherm wanneer een Wi-Fi Direct-compatibel apparaat verbinding maakt met de printer.
Als u op de knop OK drukt, wordt het bevestigingsscherm weergegeven. Als u wilt dat op de printer een scherm wordt weergegeven om u te informeren dat een Wi-Fi Direct-compatibel apparaat verbinding maakt met de printer, selecteert u Ja (Yes) en drukt u op de knop OK.
Belangrijk- Om toegang door onbevoegden te voorkomen, raden we u aan de standaardinstelling niet te wijzigen.
-
Opmerking
- Als u de instelling voor de directe verbinding van de printer wijzigt, dient u ook de instelling voor de draadloze router van het apparaat te wijzigen.

