Instellingen op de afdrukserver
Stel het delen van het printerstuurprogramma in op de afdrukserver. Stel vervolgens de verbinding met de afdrukserver in vanaf de client.
Installeer het printerstuurprogramma op het afdrukserversysteem
Selecteer Instellingen (Settings) -> Bluetooth en apparaten (Bluetooth & devices) > Printers en scanners (Printers & scanners).
Klik op het pictogram van uw model en selecteer Eigenschappen van printer (Printer properties) in het menu dat wordt weergegeven.
Klik op Delen (Sharing)
Belangrijk- Wanneer u de software opstart en een installatie uitvoert of iets verwijdert, wordt er mogelijk een bevestigings- of waarschuwingsvenster weergegeven.
Dit dialoogvenster verschijnt wanneer beheerdersrechten zijn vereist voor het uitvoeren van een taak.
Als u bent aangemeld bij een beheerdersaccount, klikt u op Ja (Yes) (of Doorgaan (Continue) of Toestaan (Allow)) om door te gaan.
Voor sommige toepassingen is een beheerdersaccount vereist om door te gaan. In dat geval schakelt u over naar een beheerdersaccount en start u de bewerking opnieuw.
- Wanneer u de software opstart en een installatie uitvoert of iets verwijdert, wordt er mogelijk een bevestigings- of waarschuwingsvenster weergegeven.
Stel delen in
Selecteer Deze printer delen (Share this printer) op het tabblad Delen (Sharing), stel zo nodig de gedeelde naam in en klik daarna op OK.
Als de afdrukserver en de client verschillende architecturen hebben (32 bits of 64 bits), installeert u een extra stuurprogramma
-
Selecteer Instellingen (Settings) -> Bluetooth en apparaten (Bluetooth & devices) > Printers en scanners (Printers & scanners).
-
Klik op Eigenschappen van afdrukserver (Print server properties).
-
Klik op Toevoegen... (Add...) op het tabblad Stuurprogramma's (Drivers).
-
Klik in het venster Wizard Printerstuurprogramma toevoegen (Add Printer Driver Wizard) op Volgende (Next).
-
Als de afdrukserver een 32-bits architectuur heeft, selecteert u x64. Als de afdrukserver een 64-bits architectuur heeft, selecteert u x86. Klik daarna op Volgende (Next).
-
Klik op Onderdelen toevoegen/verwijderen... (Have Disk...).
-
Open in het venster Installeren vanaf schijf (Install From Disk) de map met het gedownloade printerstuurprogramma, geef het 'inf'-bestand op en klik op OK.
Opmerking- Als de afdrukserver 32-bits is, geeft u deze op als "xxxxxxx3.INF". Als het 64-bits is, geeft u het op als "xxxxxxx6.INF".
-
Selecteer de printer die u wilt gebruiken en klik op Volgende (Next).
Opmerking- Als er een foutbericht wordt weergegeven, selecteert u de andere printer.
-
Klik op Voltooien (Finish)
Het instellen van het afdrukserversysteem voltooid. Vervolgens stelt u de clientsystemen in.
-


